|
Wie heeft er niet van gedroomd: een eigen bounty-eiland? Met parelwitte zandstranden, kraakhelder water, wuivende palmen en bijna iedere avond een oranjegekleurde zonsondergang. Jan Munneke - geboren op 23 januari 1935 in Weesp – volgde zijn droom en bouwde zijn eigen eiland, twaalf kilometer uit de kust van Makassar, Zuid Sulawesi (Indonesië). Hij deed wat velen onder ons in gedachten al vele malen hebben gedaan. Hij zwierf over de aarde en streek neer, grijs aan de slapen, op niet meer dan een zandbank met wat verloren struikgewas. In acht jaar tijd bouwden hij en zijn Indonesische vrouw Nana eigenhandig vier huizen en plantten daar omheen meer dan honderd bomen, afkomstig van naburige eilanden. Later deed de natuur de rest. Nu is zijn eiland, genaamd Kodingareng Keke, een waar paradijs voor mensen uit het Westen die even moeten onthaasten.
|
Toen Munneke voor het eerst voet aan wal zette op het eiland Keke, had
hij al een mensenleven achter de rug. Omzwervingen via Duitsland,
Koeweit, Iran, Nigeria, Singapore, Maleisië en Java brachten hem
uiteindelijk naar Makassar, het voormalige Ujung Pandang. Als bouwkundig
ingenieur had hij vele bazen gediend en even zovele landen bezocht. Op
Sulawesi ontmoette |
 |
hij zijn huidige vrouw en besloot niet meer terug te
keren naar Nederland. “Drie jaar geleden was ik een weekje op
familiebezoek in de polder, maar ik kreeg al na drie dagen last van
heimwee. Ik miste mijn eiland, ik miste de rust en de stilte,” aldus
Munneke. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat tijdens het verblijf op
het eiland de gedachte aan Nederland zich niet eenmaal aan mij heeft
opgedrongen. Jan Munneke is waarlijk een gezegend man.
Hij waakt echter
voor een al te rooskleurige voorstelling van zaken. “Op dit eiland stond
helemaal niets, het was nog nooit bewoond geweest en we hebben alles van
het vasteland moeten halen. En dat terwijl ik van plan was van mijn
pensioen te gaan genieten. Bovendien, de gemiddelde Nederlander houdt
het hier niet langer dan twee weken vol. Het kan behoorlijk eenzaam zijn
op Keke.”
Eigenlijk was Munneke alleen maar op zoek naar een plekje waar
hij van de zon en het strand kon genieten. En omdat Makassar zelf niet
over stranden beschikt – hoewel het direct aan zee ligt – wees de
burgemeester hem op het één hectare grote eiland even uit de kust.
Munneke was meteen verliefd. En de autoriteiten opvallend coöperatief:
het eiland
mocht door Munneke worden gepacht. Enige voorwaarde was dat hij het
eiland ook voor toeristen toegankelijk zou maken. “Niet dat het allemaal
van een leien dakje ging hoor. Toen de officiële papieren moesten worden
getekend, kostte het me ineens een fortuin. De ambtenaren dachten dat ze
aan mij wel eens goed konden verdienen. Ik heb de papieren toen op tafel
gegooid en gezegd dat ze de burgemeester konden inlichten over mijn
beslissing ermee te stoppen. ’s Avonds had ik de vergunning.”
 |
Overigens zijn alle documenten ondertekend door de vrouw van Munneke,
want officieel is hij daartoe als buitenlander niet gerechtigd. “Wat ik
ook probeer, rechten krijg ik nooit.” Niet dat Munneke daaronder gebukt
gaat, integendeel, de contacten met de autoriteiten zijn uitstekend. Zo
heeft de Indonesische marine de eerste jaren actief rond het eiland
|
gepatrouilleerd. “Op nog geen vijftig meter van het strand begint het
koraal en om dat te kunnen beschermen moest ik een einde maken aan de
illegale visserij rondom Keke. Ik heb niets tegen vissers hoor, maar
toen ze begonnen met dynamiet en cyanide voelde ik dat er moest worden
ingegrepen. Het hele koraal ging er aan.” Dat leverde overigens nog wel
wat ellende op, want op een kwade dag probeerde men explosieven in de
boot van Munneke te gooien. Eendrachtige samenwerking tussen de marine
en de politie op het vasteland maakte een einde aan de strijd tussen de
vissers en Munneke. Daarmee heeft hij het koraal van een gewisse
ondergang kunnen redden. “De Indonesiër is niet geïnteresseerd in het
koraal, de visvangst is van veel groter belang. Verdwijnt echter het
koraal, dan is het ook snel afgelopen met de visstand. Maar daarvan is
nog niet iedereen overtuigd.”
| Luisterend naar het verhaal van Munneke
rijst de vraag waarom anderen niet eerder op het idee zijn gekomen zich
het eiland ‘toe te eigenen’ en er een nieuw thuis te bouwen. Er zijn
tenslotte genoeg vermogende Indonesiërs die ook wel zouden willen
beschikken over een stukje paradijs op aarde. Munneke antwoordt dat hem
die vraag |
 |
vaker is gesteld en dat hij dat ook wel kan begrijpen. “Men is
eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in wat ik hier
heb bereikt, niet in wat ik er allemaal voor heb moeten doen én laten.
De moeite die ik me heb getroost dit koraaleiland bewoonbaar te maken is
voor velen hier in Indonesië een brug te ver.”
En inderdaad, uit zijn
verhaal blijkt dat het hem niet is komen aanwaaien. Munneke is een man
uit het juiste hout gesneden, beschikkend over een gezonde dosis
doorzettingsvermogen en eerzucht. In ieder geval genoeg om deze missie
te kunnen volbrengen. Toen hij Keke voor het eerst bezocht wist hij
niets van koraaleilanden. Hij wist evenmin dat deze eilanden ontstaan op
de top van een gebergte, dat in de loop der eeuwen door stijging van de
zeespiegel onder water is komen te staan en dat afgestorven koralen zich
onder invloed van de elementen afzetten en uiteindelijk op het
rifplateau als fijn zand blijven liggen.
 |
“De mensen uit de omgeving van
Makassar wisten natuurlijk allang dat bouwen op Keke een hachelijke
onderneming is. Het eiland zelf – het zogenaamde ‘lichaam’ – heeft zich
met de jaren weliswaar gestabiliseerd, maar het strand er omheen wisselt
met de seizoenen. Soms is het langgerekt en smal, dan weer kort en
breed. Wat je nu |
links ziet, ligt aan het einde van de regentijd rechts.
Maar wist ik veel! Ik begon gewoon met bouwen. Ik had bijvoorbeeld een
prachtige open keuken met tafels en stoelen, waar mensen van de maaltijd
konden genieten. Op nog geen dertig meter van mijn huis. Dat sloeg in
een storm allemaal weg, in één nacht, driehonderd kuub zand. Probeer dat
maar eens te doen met een bulldozer.” Aldus werd Munneke door schade en
schande wijs. Langzaam maar zeker, zo geeft hij aan, begint het ergens
op te lijken. Zijn eiland Keke.
Op de vraag of Munneke nu dan toch
eindelijk van zijn pensioen kan gaan genieten, antwoordt hij ontkennend.
Althans niet in de gangbare betekenis van het woord. “Ik geniet iedere
dag, al acht jaar lang. Ik ben een vrij man, op mijn eigen eiland. En ik
tel nog dagelijks mijn zegeningen. Maar dat weerhoudt mij er niet van om
vorm te blijven geven aan dit paradijselijke stukje aarde. Ik ontvang
regelmatig Nederlandse en Duitse toeristen die van het eiland willen
komen genieten. Zij kunnen hier overnachten in een van de vier huisjes
en kunnen naar hartelust snorkelen tussen het koraal. Mijn vrouw maakt
voor hen de heerlijkste Indonesische gerechten en ook voor eerlijke
Duitse bratwurst en oer-Hollandse hutspot draait zij haar hand niet om.
Ik houd van goed gezelschap in een ongedwongen sfeer en als aan die
voorwaarden is voldaan, is iedereen welkom op Keke.”
Mensen die echter op zoek zijn naar luxe, verwijst Munneke graag naar
een van de sterrenhotels in Makassar. Een warme douche kan hij de mensen
niet bieden – wel een badcel om te mandiën (Indonesisch baden met behulp
van een bakje waarmee water over het lichaam wordt gespoeld) - en het
licht komt uit olielampjes. Meer heb je hier trouwens ook niet nodig.
|
Dat Munneke toch wel een beetje Nederlands is gebleven, blijkt als hij
zijn toekomstplannen ontvouwt. Hij heeft weliswaar een goed leven, maar
dat wil niet zeggen dat hij geen kansen ziet om van Keke een florerend
eiland te maken. “Binnenkort starten we met de bouw van een aantal boven
het water door steigertjes met elkaar verbonden huisjes op |
 |
palen. En eigenlijk zou ik het mooi vinden als er mensen zijn die in deze huisjes
willen investeren. Ik zat zelf te denken aan een soort van Timesharing,
maar dan anders. Indonesië ligt toch niet echt om de hoek. De prijs van
een huisje boven het water zal liggen rond de € 35.000, dat is toch wel
een acceptabel bedrag, niet?”
Dan is het of Munneke zich plots
realiseert dat hij helemaal geen haast heeft met deze toekomstplannen en
dat het wel mooi is zo. Hij valt stil, staart wat voor zich uit en wijst
na een poosje op de zee en het strand. “Moet je zien. Weet je dat hier
op het eiland schildpadden hun eitjes komen leggen? En het mooie is, dat
de schildpadden die daaruit komen, jaren later terugkeren naar Keke om
zelf eitjes te leggen. En soms, als ik bij zonsondergang op het strand
wat zit te mijmeren, zie je in de verte de dolfijnen springen en duiken
dat het een lieve lust is. Wat te denken van het koraal en de vissen,
met de prachtigste kleuren? Daarover verbaas ik me nog iedere dag. En
dan heb ik me ook nog laten vertellen dat hier op het eiland een geest
rondwaart, van een vrouw. Hier in Indonesië is men daar veel mee bezig,
met geesten. Zij was de laatste ‘eigenaar’ van dit eiland en kennelijk
heeft ze ons tweetjes geaccepteerd als nieuwe bewoners. Tenminste, dat
neem ik aan, want ik heb nog nooit iets van haar aanwezigheid gemerkt.
Ach, wat er van waar is weet ik niet, maar de gedachte dat zelfs de
geesten akkoord zijn met ons verblijf hier, maakt het plaatje compleet.”
Ja, daar kunnen we ons wel iets bij voorstellen, maar veel tijd om over
de woorden van Munneke na te denken rest ons niet. Wij moeten weer terug.
En als we na ons verblijf het bootje pakken in de richting van Makassar,
kijk ik nog één keer achterom, naar het eiland van Jan. Hij zwaait ons
uit en als we hem bijna uit het zicht verliezen, overweeg ik even,
heel even maar, rechtsomkeert te maken en hem te vertellen dat ik graag
wil investeren in een van zijn huisjes. Net op tijd realiseer ik me dat
ik terug moet naar Nederland. Er is nog zoveel te doen. Het doet een
beetje pijn.
KADER: Kodingareng Keke
Locatie
Floreszee, Straat van
Makassar. Twaalf kilometer uit de kust van Makassar (Zuid Sulawesi)
Omvang
1 hectare
Vaartijd vanaf Makassar
circa 25 minuten
Kosten
overtocht
€ 1 - € 10 p.p. (afhankelijk van het aantal reizigers en type
vaartuig)
Verblijf
€ 15 p.p.p.n. volpension (verblijf,
kamerhuur, ontbijt, lunch en diner)
Kosten vlucht Amsterdam –
Makassar (via Jakarta)
ongeveer € 900 (inclusief
luchthavenbelasting).
Meer informatie
Web:
www.forumms.com/dolphin_resort.htm
KADER: Sulawesi
Vergeleken met het
dichtbevolkte Java en het toeristische Bali, is Sulawesi een relatief
onopgemerkt gebleven eiland, dat zeker na de aanslagen op Bali en in
Jakarta een groot deel van haar inkomsten uit het toerisme heeft zien
verdampen. Ook de gewelddadigheden van de laatste jaren op Centraal
Sulawesi, tussen moslims en christenen, dragen niet bij aan een
positieve beeldvorming over dit Indonesische eiland. Ten onrechte, want
het grootste deel van Sulawesi is de afgelopen tijd slechts kortstondig
of zelfs helemaal niet met etnisch-religieus geweld geconfronteerd. In
de regel leven christenen, boeddhisten, moslims, hindoes en
confucianisten op Sulawesi vreedzaam naast en met elkaar. Alleen op
lokaal niveau in Centraal Sulawesi zijn de gespannen verhoudingen tussen
christenen en moslims nog duidelijk merkbaar en verraden de verlaten en
uitgebrande huizen de recentste uitbarstingen van geweld.
Deze
overdreven verhalen over het geweld op een relatief klein gebied doen
echter niets af aan het moois dat de rest van dit eiland de toerist
heeft te bieden. In Zuid Sulawesi ligt het in de bergen verscholen
christelijke Tana Toraja – ook wel bekend als Torajaland – dat onder de
bezoekers grote populariteit geniet om de unieke architectuur en het
rijke rituele en ceremoniële leven van zijn bewoners. En voor de
vakantiegangers die het liever bij zon, zee en strand houden, is een
bezoek aan een van de vele eilandjes net uit de kust van Makassar een
uitstekend en veilig alternatief. |